Op het Afrikaanse continent leven meer dan 2.300 verschillende vogelsoorten. Sommige daarvan kennen we ook in Nederland. Dat zijn de trekvogels die heen en weer vliegen tussen Europa en Afrika. Andere vogelsoorten denken we te kennen. Toch  blijken deze iets te verschillen als we ze van  dichterbij bekijken. In dit artikel vertellen we u meer over de bijzondere vogels in Afrika.

Welke vogels leven zowel in Afrika als in Nederland?

Als het in Europa winter wordt, lopen de temperaturen in de Afrikaanse landen juist op. Voor onze trekvogels is dit hét startsein om ons koude land te verruilen voor de warmte van Afrika en neer te strijken in bijvoorbeeld Zimbabwe. Dit is de reden dat we veel soorten vogels die in Afrika leven, ook in Nederland kennen.

Denk bijvoorbeeld aan de kluut, met zijn steltachtige poten, zijn opgewipte snavel en zijn wit met zwarte tekening. Veel kluten overwinteren langs de Middellandse Zee of in het noordelijke deel van Afrika. Maar ook in het zuidelijk gelegen Zimbabwe komen we deze Bontelsie, zoals ze hem in Afrika noemen, tegen. De kluut is altijd op zoek naar een gebied waar het kortgeleden heeft geregend, zodat hij zijn voedsel uit de modderige ondergrond kan halen.

Een vogel die op zijn vlucht naar Afrika het Middellandse Zeegebied juist uit de weg gaat, is de ooievaar. Deze vogel, die we in Nederland kennen als het symbool van de geboorte, vliegt met behulp van de warme lucht naar grote hoogte. Die warme lucht noemen we thermiek. Aangezien deze luchtstroom boven open water niet aanwezig is, vliegt de ooievaar het liefst boven land. Zo legt hij flinke afstanden op grote hoogte af. 

Net als de ooievaar kan een reiger op zijn vlucht naar Afrika ook vliegen op thermiek. De vleugels van een reiger zijn echter iets korter dan die van een ooievaar. Daardoor vliegen ze met meer geklapwiek dan ooievaars. 

Nederlandse en Afrikaanse vogels die op elkaar lijken

De tocht van Nederland naar Zimbabwe is zo'n 8000 kilometer. Veel vogels leggen deze tocht tweemaal per jaar af. We zien ze daarom zowel in Nederland als in Afrika. Daarnaast kennen we in Nederland ook veel soorten vogels die lijken op Afrikaanse vogels. De Oost-Afrikaanse dwergsperwer is bijvoorbeeld een jagende vogel die sterk op de Nederlandse havik lijkt. Vooral de mannetjeshavik is moeilijk van de sperwer te onderscheiden. De havik die we in Nederland zien, is vaak iets groter. Ook heeft hij langere vleugels dan de Oost-Afrikaanse dwergsperwer, die in Zimbabwe leeft. De aalscholver is ook zo’n vogel waar we een Europese en een Afrikaanse variant van kennen. De Kaapse aalscholver is iets kleiner dan de in Europa voorkomende kuifaalscholver.

 

In dit artikel bespreken we enkele kenmerkende vogels iets uitgebreider. We vertellen u hoe de vogels eruit zien, hoe ze leven en waar u ze tegen kunt komen in Afrika. U kent zeer waarschijnlijk de flamingo en de struisvogel maar wat weet u over deze vogels? En de secretarisvogel, de kraanvogel, de parelhoender en de lepelaar? Zou u die vogels herkennen?

De flamingo met zijn roze veren

Een bekende Afrikaanse vogel die de meeste mensen wel zullen herkennen, is de flamingo. Wereldwijd bestaan er zes soorten flamingo’s. Twee van deze soorten leven zowel in Afrika als in Nederland. We hebben het dan over de kleine flamingo en de gewone flamingo. Veel mensen herkennen de flamingo aan zijn typisch roze kleur. Wist u trouwens dat flamingo’s bij hun geboorte grijs-donkerblauw zijn? De roze kleur krijgen ze door het eten van bepaald voedsel. Flamingo’s zijn namelijk dol op algen en wier. Deze bevatten caroteen, een kleurstof die zorgt voor de prachtige roze kleur.

Waarom staat de flamingo graag op één poot?

Flamingo’s leven rond ondiepe zoutmeren. Hier staan ze met hun poten in de modder. Met hun dikke, gebogen snavel kunnen ze door het slik wurmen. Ze zoeken naar kreeftjes, weekdieren, wormen en algen. Vaak zien we de flamingo op één poot staan. De vogel verliest veel warmte als hij met zijn beide poten in het (koudere) water zou staan. Daarom trekt hij één poot in. Door één poot in te trekken, trekt het koude water minder snel door de rest van zijn lichaam. Hierdoor kan hij beter zijn lichaamstemperatuur op peil houden. Bij het intrekken zet hij het been waar hij op staat als het ware op slot. Zo kan hij zelfs staand kan slapen. Wist u trouwens dat de bult op de poot van de flamingo geen knie, maar een enkel is?

100.000 modderbulten 

Ziet u een groot aantal bulten van modder boven het water uitsteken? Dan is de kans groot dat dit een broedplaats is. Boven op het heuveltje van modder legt de flamingo één ei. Doordat de modder boven het water uitsteekt, blijft het ei droog. Soms broeden flamingo's in kolonies van wel 200.000 paren. Eenzaam hoeft de flamingo zich tijdens het broeden dus niet te voelen. Hun nesten liggen dicht bij elkaar. Toch liggen ze net zo ver van elkaar af dat ze elkaar niet kunnen pikken. In Nederland broeden flamingo’s helaas niet. Wilt u zelf zien hoe het broeden gaat? Net over de grens bij Groenlo vindt u veel nesten van flamingo’s in het Zwillbrocker Venn. Ieder jaar in het voorjaar leggen hier zo’n 50 flamingo’s hun eieren.

De veren van de secretarisvogel

In tegenstelling tot de elegante flamingo, ziet de secretarisvogel er een stuk minder vriendelijk uit. Hij heeft grijs-zwarte veren en een oranje tekening in het gezicht. Door de zwarte veren langs zijn dijen, is het net of deze vogel een korte broek draagt. De secretarisvogel leeft vooral op de kale vlaktes ten zuiden van de Afrikaanse Sahara. Hij dankt zijn naam aan de lange veren op zijn kop. Deze lijken op de veren waar secretarissen vroeger mee schreven.

Eet een secretarisvogel slangen?

Hoewel de secretarisvogel prima kan vliegen, legt hij per dag zo’n 20 tot 30 kilometer lopend af. Ook het jagen doet de vogel het liefst lopend. Ziet hij een dikke pol gras, dan stampt hij daarop om zo zijn prooi eruit te jagen. Het liefst eet de secretarisvogel slangen. Maar als dit lievelingseten nergens te vinden is, eet hij ook kleine zoogdieren, reptielen, vogels, insecten of sprinkhanen.

Grote prooien trapt de secretarisvogel met zijn lange, grote poten eerst dood, voor hij ze naar binnen werkt. Slangen krijgen een speciale behandeling. Om de slang te doden pikt de secretarisvogel de slang net achter de kop. Zo breekt de slang zijn nek. Daarna slingert hij de slang door de lucht. Was de slang nog niet dood door de gebroken nek, dan is hij dat wel door zijn val. Als de slang dood is, schrokt de secretarisvogel de slang in zijn geheel naar binnen. Om hem te beschermen tegen de beet van een slang, heeft hij op zijn poten harde schubben.

Elk jaar terug naar hetzelfde nest

Secretarisvogels leven soms alleen, maar ook vaak als paartje of als familie van maximaal vijf vogels. Ze kunnen het hele jaar door broeden, maar veel paartjes broeden tussen augustus en maart. Het mannetje en vrouwtje bouwen samen een groot nest in de top van een boom. Het nest maken ze op 3 tot 7 meter boven de grond.De vogel besteedt veel aandacht aan het nest. Dat moet ook wel, want ze gebruiken het vaak een paar jaar achter elkaar.

De luidruchtige kraanvogel

Net als de flamingo en de secretarisvogel, heeft ook de kraanvogel lange poten. Sinds 2001 broedt de Europese kraanvogel in Fochteloërveen, een gebied op de grens van Friesland en Drenthe. Maar ook daarvoor kwam de Europese kraanvogel al op verschillende plekken in Nederland voor. Bijvoorbeeld als ze in het voorjaar en najaar over ons land vlogen op weg naar Scandinavië. De kraanvogel die we in het oostelijk en zuidelijk deel van Afrika zien, is de grijze kroonkraanvogel. Deze soort lijkt erg op de Europese kraanvogel, maar de Afrikaanse vogel heeft een soort kroontje op zijn kop.

 

Anders dan een reiger, trekt de kraanvogel zijn lange nek niet in als hij vliegt. De vogels zijn in de lucht dan ook goed te herkennen, zeker met hun zwarte kin en witte achterhoofd. Zijn roep klinkt als een trompet en is van grote afstand te horen. Het zijn sowieso behoorlijk luidruchtige vogels, want ook bij het paren maken ze flink wat geluid.

Wat eet de kraanvogel?

De kraanvogel is over het algemeen een vegetarische vogel. Tijdens het broeden bestaat zijn voedsel naast planten ook uit insecten en kleine zoogdieren. De kraanvogel leeft vaak in open gebieden. Wilt u een kraanvogel zien, dan kunt u daarvoor het beste op zoek gaan in akkers en weilanden. Tijdens de periode dat ze broeden, leven ze in bossen in het moeras. Hier maken ze hun nesten op de grond. Probeer de kraanvogel nooit te storen. Kraanvogels zijn namelijk behoorlijk bange vogels. Als ze gestoord worden tijdens het broeden, dan heeft dit grote gevolgen voor de hoeveelheid nakomelingen.

 

In het Engels noemen we een kraanvogel een ‘crane’. Toch is niet iedere vogel met een naam waar ‘crane’ in voorkomt ook daadwerkelijk een kraanvogelsoort. In Australië leven bijvoorbeeld verschillende soorten ‘cranes’, maar dit zijn eigenlijk afstammelingen van de reiger. Wist u trouwens dat de cranberry zo heet, omdat kraanvogels dit besje veel eten?

Kan een parelhoender vliegen?

In tegenstelling tot de vogels waar we het eerder over hadden, leeft de parelhoender vooral op de grond. Hij kan wel vliegen, maar op de grond voelt hij zich meer op zijn gemak. Bovendien kan hij hier op zoek naar voedsel gaan. Doordat hij veel op de grond te vinden is, is hij een gemakkelijke prooi voor roofdieren. Dat is een van de belangrijkste redenen dat de parelhoender ’s nachts in een boom slaapt.  

Stipkippen

De parelhoen is goed te herkennen aan zijn kale kop en zijn grote ronde lijf. De exacte kleur van de veren is afhankelijk van de specifieke soort. De helmparelhoen die we in Nederland maar ook in Afrika zien, is zwartgrijs van kleur. De veren hebben witte stippen, daar dankt de parelhoen zijn naam dan ook aan. Door deze stippen worden parelhoenders ook wel stipkippen genoemd.

Door de kale kop met de witte kwabben is de vergelijking met een kalkoen al snel gemaakt. Het zijn inderdaad allebei vogels die tot de hoenderfamilie behoren. Toch heeft een kalkoen een hele duidelijke rode kop. Bij de parelhoender is de kop lang niet zo gekleurd.

Verstoppertje spelen

Parelhoenders leven graag op grote weilanden of in een gebied met veel struiken. Bijvoorbeeld op de Savanne in Afrika. Die struiken gebruikt hij om zich achter te verstoppen als er gevaar dreigt. Het gras is voor de parelhoender een belangrijke bron van voedsel. Daarin vindt hij zaden, insecten en eieren van mieren en teken. Een leuk weetje: de parelhoen eet tot wel 4000 teken per dag!

Is het de parelhoender die zo hard schreeuwt?

 

In Nederland zien we de parelhoen vaak terug op de kinderboerderij, net als de kip. Beide soorten behoren - net als de kalkoen dus - tot de hoenderfamilie. Er is wel een belangrijke reden waarom je de parelhoen niet zo snel ziet binnen de bebouwde kom. Hij kan namelijk ontzettend hard schreeuwen als hij schrikt. Omwonenden vinden dat over het algemeen niet zo prettig. Bovendien heeft een parelhoen veel ruimte nodig. In een ren of kooi voelt hij zich al snel opgesloten. Hij gaat dan schreeuwen en zich afreageren op andere dieren. Vooral kippen zijn daarvan dan nogal eens het slachtoffer.

Rennen met de struisvogel

De struisvogel is niet alleen de bekendste, maar ook de snelste lopende vogel ter wereld. Hij loopt ons mensen er met gemak uit, omdat hij snelheden tot 70 kilometer per uur kan bereiken. Tijdens het rennen neemt hij reuzepassen van wel 3,5 meter. Hierdoor kost het rennen de struisvogel niet veel energie. Zijn zware veren helpen de vogel om tijdens het rennen in balans te blijven.

De perfecte vermomming

Het uiterlijk van de struisvogel valt direct op. Zijn zwarte en bruine veren steken behoorlijk af bij de kale nek, kop en poten. Maar juist door die veren kan de struisvogel zich eenvoudig vermommen als struik, als er gevaar dreigt. Hij drukt zijn nek en kop dan plat tegen de grond. Voor de roofdieren die slecht kunnen zien, is hij dan moeilijk te onderscheiden van een struik. Daarnaast is het plat op de grond gaan liggen niet de enige manier waarop de struisvogel zich verdedigt. Hij kan namelijk ook enorm hard trappen. Een potje voetbal met een struisvogel kan dan ook een gebroken been opleveren. Als de struisvogel het met vermommen en schoppen niet wint, kan hij altijd nog hard wegrennen. Hij is vermoedelijk toch een stuk sneller dan het roofdier dat achter hem aanzit.

De struisvogel in Afrika leeft tussen de zebra's en antilopen. Dit doet hij om zich tegen grote roofdieren te beschermen. Antilopen en zebra’s hebben een sterk ontwikkelde reuk. De struisvogel kan juist erg goed zien. Het samen leven is dus een manier om roofdieren vroegtijdig te ontdekken.

Hoeveel eieren legt een struisvogel?

De voortplanting is bij de struisvogel een bijzondere gebeurtenis. De nek en de poten van de mannetjesstruisvogel worden oranje of zelfs rood. Om een vrouwtje te versieren, voert hij een soort dans op. Vervolgens vormt hij een harem van vrouwtjesstruisvogels om zich heen. Daarvan is er één de belangrijkste. Zij mag de eerste eieren in het nest leggen en samen met het mannetje broeden. Zelf legt ze zo’n 10 tot 15 eieren. Met de eieren van de andere vrouwtjes uit de harem erbij, kan een nest wel 40 eieren bevatten. Niet alle eieren in het nest zullen uitkomen. Een struisvogel kan met zijn lichaam ongeveer 20 eieren bedekken. De andere, onbedekte eieren in het nest zullen helaas niet uitkomen.

 

Het eerste jaar van hun leven is voor de meeste struisvogels de grootste uitdaging. Roofdieren als hyena's eten veel jonge vogels op. Slechts 15% van de kuikens groeit op tot volwassen struisvogels.

Waaraan dankt de lepelaar zijn naam?

Een andere opvallende verschijning onder de Nederlands/Afrikaanse vogels is de lepelaar. Zijn bruine snavel is een van de eerste dingen die opvalt aan deze overwegend witte vogel. Zijn naam verwijst dan ook direct naar zijn bijzondere snavel, die de vorm van een lepel heeft. Op de borst heeft de volwassen vogel een oranje of gele vlek. Op het achterhoofd heeft hij een lange, dikke pluk die naar beneden hangt. Met zijn kenmerkende snavel schuift de lepelaar op de tast door het water heen. Hij zoekt naar garnalen, slakken, vissen en andere dieren die in het water leven. Om dit voedsel makkelijk te vinden, leeft de lepelaar graag dicht bij water. Hij leeft in het moeras, maar ook in natte weiden, op de wadden en bij sloten.

 

De lepelaar is een vogel die van het ene naar het andere gebied trekt. Anders dan veel andere vogels die trekken, vliegt hij niet in één keer naar Afrika. De trektocht van Nederland naar Afrika kan soms wel twee maanden duren! Per etappe legt de lepelaar dan een paar honderd kilometer af. Hij houdt onderweg gerust een vakantie van twee weken in een Spaans moeras. Op de terugweg in februari wordt zelfs nog veel vaker pauze genomen. Zo kan de lepelaar goed voorbereid aan het broeden beginnen.

De lepelaar broedt in gemengde kolonies

Eind maart komt de lepelaar aan bij zijn plek om te broeden in Nederland. In een dichte rietkraag zoekt hij een mooi plekje uit om zijn nest te bouwen. Soms kiest hij ervoor om zijn nest in een struik of boom te bouwen. Een hongerige vos kan zo de inhoud van het nest niet plunderen. Wist u trouwens dat lepelaars in gemengde kolonies broeden? Ze broeden gerust tussen de reigers, ganzen en aalscholvers.

 

Gemiddeld legt het vrouwtje vier eieren. Na 25 dagen komen de eieren uit. Het duurt dan nog 7 weken voor de jongen kunnen vliegen. Slechts één van de jonge vogels zal de volwassen leeftijd van 3 jaar bereiken. Veel jonge vogels zullen tijdens de trektocht omkomen door de jacht, elektriciteitskabels of door uitputting.

 

De laatste jaren heeft de Nederlandse Vogelbescherming zich actief ingezet om de lepelaar te beschermen. En met succes. Waren er in 1970 nog slechts 170 broedende paartjes in ons land, nu zijn dat er ruim 2500.

Wilt u zelf een Afrikaanse vogel adopteren?

Verbaasde het u hoeveel u eigenlijk al wist over Afrikaanse vogels? Dat is natuurlijk niet verwonderlijk. Veel van de vogels die in Afrika, of meer in het bijzonder in Zimbabwe leven, komen ook in Nederland voor. Misschien heeft u zelfs wel een favoriet en zou u het liefst dagelijks naar uw favoriete vogel kijken. Maar ja, zoals gezegd kunnen ze nogal luidruchtig zijn en blijven ze niet op hun plek het hele jaar. En wat dacht u van het dagelijkse voedsel dat de vogels nodig hebben? Het zal dan ook een behoorlijke uitdaging zijn om uw favoriete vogel zelf onderdak te bieden.

 

Kijkt u toch naar een Afrikaanse vogel vanuit uw eigen huis? Dan hebben wij een creatieve oplossing voor dit probleem. De mooiste vogels laten wij met de hand maken van metaal, in Zimbabwe. Deze nauwelijks van echt te onderscheiden exemplaren vliegen we in naar Nederland. Zo kunt u toch iedere dag naar uw prachtige Afrikaanse vogel kijken. De vogel blijft het hele jaar rond netjes in uw tuin. En u hoeft de vogel uiteraard geen eten te geven. Nieuwsgierig welke metalen vogels de kunstenaars voor u hebben gemaakt? Neem dan eens een kijkje in onze webshop!